Vroeger was alles beter


De lucht hing al dagen dreigend boven Friesland, zo’n grijze deken waarvan je eigenlijk al weet dat er geen ontsnappen aan is. Inmiddels begin ik te denken dat het een natuurwet is geworden, zodra ik bepakt en bezakt vertrek richting het oosten, gaat de hemel open. Ook dit jaar bleek daarop geen uitzondering. Terwijl de ruitenwissers van de Caddy hun ritmische gevecht voerden tegen de regen keek ik af en toe in de binnenspiegel naar de Honda C310S achterin. Alsof hij er zelf ook al zin in had, zwijgend en onverstoorbaar wachtend op warm asfalt en stoffige Andalusische binnenwegen.

Het blijft een merkwaardig gevoel om op reis te gaan met een bromfiets die inmiddels ouder is dan veel mensen die ik dagelijks tegenkom op kantoor. Daar praat ik over digitale transformatie, AI, verandermanagement en de werkplek van de toekomst. Onderweg naar Spanje draait alles juist om eenvoud. Een oude Honda, een tent, een paar gereedschappen en een route die nog grotendeels onbekend is. Misschien is dat precies waarom dit soort reizen zo belangrijk voor me zijn geworden. Het is de tegenhanger van een wereld die steeds sneller lijkt te bewegen.

De eerste dag bestond vooral uit kilometers vreten. België schoof voorbij in een natte waas van vrachtwagens en wegwerkzaamheden. Frankrijk deed wat Frankrijk altijd doet tijdens dit soort ritten, eindeloze tolwegen aanbieden tegen bedragen waarvoor je vroeger een complete vakantie kon boeken. Tegen de avond begon de vermoeidheid zich langzaam tussen de schouders te nestelen. Na ruim vijftienhonderd kilometer kwam ik uiteindelijk aan in Gasteiz, diep in Baskenland.

Daar bestelde ik eten waarvan ik op dat moment vooral hoopte dat het warm zou zijn. Het bleek een gegrilde schoenzool, met geroosterde paprika en een stukje brood. Tenminste, zo proefde het een beetje. Maar goed, na zo’n dag maakt dat eigenlijk niet eens meer uit. Honger is een uitstekende kok. De stad ademde die typische Spaanse avondrust die wij in Noord Europa ergens onderweg verloren zijn geraakt. Ik probeerde wat slaap te pakken met het besef dat het zwaarste deel van de rit nog moest komen.

Onderweg op de tweede dag dwaalden de gedachten vanzelf af naar vroeger. Misschien hoort dat ook een beetje bij ouder worden. Vroeger was alles beter, Honda’s waren beter, we moesten moeite doen om iets te leren, een carburateur uitvijlen deden we zonder Youtube filmpjes en zonder forums vol zelfbenoemde experts. Spanje had nog gladde snelwegen en er werd nog echte muziek gemaakt. Al vermoed ik dat iedere generatie uiteindelijk precies hetzelfde zegt.

Toch is er één moderne uitvinding waar ik volledig voor door de knieën ga, Spotify. Een absurd goede playlist sleurde me deze tweede reisdag door het landschap langs de Portugese grens. Punk, postpunk en new wave vulden de auto terwijl buiten de wegen langzaam slechter werden en het asfalt steeds meer begon te lijken op een vergeten oefenterrein voor tanks. Maar ergens werkte die muziek als een humeur absorberende flow. De kilometers verdwenen ongemerkt onder de banden terwijl baslijnen en rafelige gitaren de vermoeidheid naar de achtergrond duwden.

Aan het einde van de middag veranderde het licht. Dat zachte gouden licht dat je alleen in Zuid Spanje ziet. Ineens stonden daar de droge heuvels, stoffige bermen en verspreide olijfbomen waar ik de afgelopen maanden al aan gedacht had tijdens vergaderingen, colleges en natte Nederlandse ochtenden. Net boven Sevilla vond ik uiteindelijk mijn plek voor de komende dagen.

De tent staat inmiddels overeind en de auto staat keurig geparkeerd op de camping waar hij de komende twee weken mag blijven wachten. Vanaf hier begint straks het echte avontuur, een ronde door Andalusië op een zestig jaar oude Honda C310S. Maar morgen gebeurt er helemaal niets. Morgen is voor koffie, rust, misschien een wandelingetje en vooral het besef dat ik er eindelijk weer ben.