Ratjetoe


Het jeukende verlangen naar de horizon

Er zijn van die momenten waarop je denkt dat een hoofdstuk netjes is afgesloten. De punt staat er, de bladzijde wordt omgeslagen en ergens voelt dat ook goed. Totdat de zon zich weer laat zien in maart, het asfalt langzaam opwarmt en er iets begint te kriebelen dat zich niet laat negeren. Geen vage jeuk, maar zo’n hardnekkige, die je alleen kunt stillen met benzinedampen, een tikkende 4takt en een weg die zich voor je uitstrekt.

Vorig jaar verkocht ik vol overtuiging mijn gerestaureerde Honda C310S. Het was mooi geweest. Leuke ritten gemaakt en veel leuke gesprekken gevoerd, maar de kosten die nodig waren om de C310S weer klaar te krijgen voor een volgend seizoen met lange ritten waren wel de reden om ermee te stoppen. De C310 zag er heel netjes uit en er mankeerde in basis ook niet zoveel aan, maar wanneer je ritten maakt van 2000 km en meer, dan moet een zadel goed zitten, de voorvork niet klappen met wat bagage erop enzovoort. “Ko de boswachter” is dan ook afgelopen najaar verhuisd naar Makkum.

Dat voelde toen als een rationele beslissing. Zo eentje waar je later tevreden op terugkijkt met een kop koffie en de gedachte dat je het allemaal netjes hebt afgewogen. Geen spijt, hooguit een lichte nostalgie. Tot maart zich aandiende.

Het begint onschuldig. Een zonnestraal die net iets te lang blijft hangen. Een dag waarop de wind even vergeet dat hij in Nederland hoort te waaien. En voor je het weet zit je met een kop koffie naar buiten te kijken alsof daar ergens, tussen de schutting en de container, een bromfiets verstopt staat die je naam fluistert.

Dat was dus niet zo, maar het gevoel was er wel. En dat gevoel had een naam.

Ratje “toe”

Nu had Hans Beenen mij vorig jaar al een keer een C310S aangeboden. Volledig gepoedercoat, dus ook de velgen en de tankschilden, maar wel met liefde en oog voor mechanische perfectie opgebouwd door de Honda-fluisteraar. Het soort mens dat naar een motor luistert zoals anderen naar een goed verhaal luisteren. Waardoor ratje “toe”, want ja, ik heb nu eenmaal de neiging om oude Honda’s een naam te geven, een hele goede kandidaat is voor lange ritten.

Ratje "toe", ratjetoe Honda C310

Sommige beslissingen nemen geen weken. Die ontstaan ergens tussen een herinnering en een vooruitzicht. Na een korte mailwisseling was de verkoop beklonken en heb ik de C310S begin april opgehaald. Alsof het zo moest zijn.

Brommer Klaas had nog een paar beenschilden liggen in een wat grauwige kleur, dus eigenlijk weer helemaal zoals ik het graag zie. Niet te strak, niet te nieuw, maar precies dat randje doorleefd dat karakter geeft. Dingen hoeven niet perfect te zijn om goed te voelen. Soms juist het tegenovergestelde.

Het zadel en andere zorgen

Het uitgezakte zadel was nog wel een punt van zorg. Dat is zo’n detail dat pas echt belangrijk wordt na de eerste honderd kilometer, als je lijf voorzichtig begint te protesteren. Maar zoals dat gaat met dit soort projecten, komt er altijd een oplossing voorbij die bijna net zo leuk is als het probleem zelf.

Een NOS-onderstel met canvas, een beproefde methode met schuim, een veel te wit dekje van Loef en een potje antraciet leerverf zorgden ervoor dat ook dat probleem getackeld werd. Het is een beetje knutselen, een beetje proberen en af en toe een stap achteruit om daarna weer twee vooruit te zetten. Precies zoals het hoort.

En ergens zit daar ook de charme. In een wereld waarin alles direct moet werken en liefst zonder nadenken, is het prettig om iets te hebben waar je nog zelf invloed op hebt. Waar je handen vies van worden en je hoofd juist een beetje leger.

De lange rit die nog geen bestemming heeft

Op 15 mei ga ik weer een lange rit maken van twee weken. Dat is inmiddels geen voornemen meer, maar een vaststaand feit. De vraag die dan steevast volgt is waar ik naartoe ga. Een logische vraag, want we zijn gewend om dingen te plannen, vast te leggen en liefst ruim van tevoren te weten waar we uitkomen.

Het antwoord is alleen dat ik het nog niet weet.

En dat is misschien wel het mooiste deel van het hele verhaal. Er liggen inmiddels een paar mooie routes klaar om door Duitsland, Denemarken en Frankrijk te komen. Routes, ideeën, stukjes ervaring van eerdere ritten die samen een soort vangnet vormen. Maar de richting zelf is afhankelijk van iets waar we uiteindelijk toch weinig over te zeggen hebben. Het weer.

Dat klinkt misschien praktisch, maar het voelt vooral als vrijheid. Niet alles dichttimmeren, niet alles vooraf invullen, maar ruimte laten voor wat zich aandient. Misschien wordt het noorden, misschien het zuiden. Misschien een onverwachte afslag die beter voelt dan de geplande route.

Waarom dit blijft trekken

Er zit iets bijzonders in het rijden op zo’n oude Honda. Het tempo ligt lager, de techniek is zichtbaar en elke kilometer voelt verdiend. Je bent meer onderweg dan dat je aankomt. En juist dat maakt het waardevol.

Het zijn niet alleen de kilometers, maar ook de gesprekken onderweg. Mensen die even komen kijken, een herinnering delen of simpelweg een duim opsteken. Het soort contact dat niet gepland is en juist daarom blijft hangen.

En misschien is dat wel de rode draad. In werk, in studie en in het dagelijks leven zit vaak genoeg structuur, verantwoordelijkheid en vooruitdenken. Allemaal belangrijk en waardevol. Maar daar tegenover staat de behoefte aan iets dat minder strak omlijnd is. Iets waar ruimte is voor toeval, voor kleine ongemakken en voor verhalen die nog moeten ontstaan.

Tot slot

Wat begon als een afgesloten hoofdstuk, bleek toch slechts een komma te zijn. De Honda verdween, maar het gevoel bleef. En soms is dat alles wat nodig is om opnieuw te beginnen.

Half mei staat er weer een 4takt klaar, een tas met spullen en een route die nog alle kanten op kan. Geen strak plan, wel een duidelijk verlangen. En ergens onderweg, tussen twee dorpen of langs een eindeloze dijk, valt alles dan weer even op zijn plek.

Al is het maar tot de volgende lente zich aandient en het opnieuw begint te jeuken.