Het briefje voor de juf


Dinsdag begon met een bekentenis waar ik vroeger thuis waarschijnlijk hard om uitgelachen zou zijn. Ik heb namelijk weer een juf. Nee, dat is geen grapje. Sinds oktober vorig jaar zit ik opnieuw op school voor mijn master en dit kwartaal heb ik les van Juf Katinka. Alleen al het uitspreken van die naam roept beelden op van schoolbanken uit de jaren zeventig, asbakken en leraren met een kopje koffie in de hand. Het verschil is alleen dat Juf Katinka en ik elkaar qua leeftijd maar weinig ontlopen.

Leeftijd is overigens zo’n onderwerp waar je op een bepaald moment liever omheen praat. Zeker wanneer negentig procent van je medestudenten jonger is dan vijfentwintig en jij inmiddels uitnodigingen van het pensioenfonds ontvangt om eens rustig naar vroegpensioen te kijken. Terwijl mijn medestudenten vandaag in de collegebanken zaten, zat ik in de schaduw van de Zuid Spaanse zon een pannetje eten te koken naast een bromfiets.

Ergens voelde dat best bijzonder. Vroeger had ik voor afwezigheid een briefje van mijn moeder nodig. Dat systeem werkte destijds overigens niet altijd even goed. Ik ontdekte al snel dat spijbelen eenvoudiger leek dan uitleggen waarom je geen zin had. Uiteindelijk leverde dat thuis meestal een corrigerende tik op, want zo gingen die dingen toen nog. Nu mocht ik het gewoon zelf tegen de juf zeggen. Een mededeling, geen smoesje, geen briefje. Gewoon: “Ik ben er niet, ik zit in Andalusië.” Dat voelt op een bepaalde manier toch als proactief.

Natuurlijk wel met gemengde gevoelens, want de lessen zijn oprecht leuk. Misschien ook juist omdat ik er nu vrijwillig zit en niet omdat iemand vindt dat het moet. Ik hoop ondertussen maar dat mijn medestudenten een samenvatting willen delen zodat ik onderweg niet volledig ontspoor tussen de sinaasappels en kustwegen.

De rit zelf was eerlijk gezegd behoorlijk saai. Dat hoort soms ook bij reizen. Niet iedere kilometer is een ansichtkaart en niet iedere bocht levert een filosofisch inzicht op. Met Gibraltar ergens in de verte had ik het ervoor over, maar echt mooi werd het vandaag eigenlijk maar op één stuk van de route. De rest was vooral doorrijden, drinken, tanken en nadenken over slapen. Morgen wacht Gibraltar en verruil ik de Atlantische Oceaan voor de Middellandse Zee.

Woensdag bleek zo’n dag te worden waarop alles ineens weer goedgemaakt wordt. Gibraltar zelf is uiteindelijk niet veel meer dan een grote steen vol welgestelde Engelsen. Terwijl de minder bedeelde eilandbewoners zich in Benidorm gedragen alsof iedere avond een vrijgezellenfeest is, kijkt de rijke Brit vanaf zijn rots bij helder weer uit op de armoede aan de andere kant van het water.

De rit ernaartoe was daarentegen er eentje uit het boekje. Ik vermoed bijna dat TomTom gisteren het blog heeft gelezen, want ineens stuurde de route mij langs schitterende wegen richting Tarifa. Dat kleine stadje is het meest zuidelijke puntje van het Europese vasteland. Op sommige momenten lijkt Marokko zo dichtbij dat je bijna denkt dat een stevige worp voldoende is om er een steen heen te krijgen. Met de boot doe je er nog geen uur over.

Jaren geleden heb ik mijn paspoort ingeruild voor een identiteitskaart omdat dat handiger leek. Dat praktische besluit zorgt er nu voor dat Ratje Toe Afrika niet gaat bezoeken. Jammer eigenlijk, want dat was ongetwijfeld een mooi hoofdstuk voor het blog geweest.

In Gibraltar kwam ik opnieuw iets tegen wat mij vorig jaar in Spanje ook al opviel, street art. Overal duiken kleurrijke muren op tussen verweerde gebouwen en smalle straatjes. Terwijl ik een foto maakte van een enorme muurschildering raakte ik in gesprek met een jonge Spanjaard. Hij vertelde dat voor veel Spaanse artiesten de straat het enige echte museum was, open voor iedereen en voortdurend in beweging. Een werk kon wekenlang bewonderd worden of de volgende ochtend alweer verdwenen zijn onder een nieuwe laag verf. Juist die vergankelijkheid gaf de Spaanse street/urban art cultuur haar energie. Niets bleef hetzelfde, behalve de drang om zichtbaar te zijn.

Ik vond het een prachtige gedachte. Misschien juist omdat het zo haaks staat op onze behoefte om alles vast te leggen, te bewaren en te archiveren. Deze kunst leeft juist doordat ze tijdelijk is. Ik denk ook dat zulke kunstenaars in Nederland best wat meer ruimte zouden mogen krijgen. Al is het maar zodat mijn foto’s er nóg mooier van worden. Dat laatste is natuurlijk niet helemaal serieus bedoeld, want ik kan echt genieten van goede street art.

Morgen neem ik een rustdag. Daarna weet ik het nog niet helemaal. Het schijnt prachtig weer te worden in Nederland en België. Tegelijk begint hier de kust die door velen de kermiskust van Spanje wordt genoemd. Ik twijfel nog tussen verder rijden langs de Middellandse Zee of teruggaan richting de auto om nog een week noordelijker rond te zwerven. Voorlopig laat ik die beslissing nog even liggen. Soms is onderweg zijn belangrijker dan weten waar je precies uitkomt.