Dag Spanje, hallo Luxemburg


Nog maar een paar dagen geleden reed ik door het droge en stoffige Andalusië, waar de zon al vroeg op de dag besloot dat schaduw een luxeproduct was. Toch stond ik nu met Ratje “toe” weer bepakt en bezakt klaar voor een heel andere rit. De uitnodiging voor het Honda 4 takt weekend in Luxemburg lag er al een paar jaar en telkens kwam er iets tussen. Dit jaar voelde het anders. Misschien omdat de kermiskust tijdens de route van 2024 me behoorlijk had tegengevallen, misschien omdat de voorspelde 34 graden me deden verlangen naar iets groeners dan Zuid Spanje, of misschien gewoon omdat een oude Honda soms zelf bepaalt waar hij naartoe wil.

Dus werd de brommer opgeladen, de route bekeken en koers gezet naar Luxemburg. Een land waar alles net iets rustiger lijkt te gaan en waar de heuvels vriendelijker ogen dan de bergen van Andalusië. Hier blijf ik tot maandag, daarna wil ik richting Walcheren trekken om mijn Frans weer een beetje op te halen. Al moet ik eerlijk toegeven dat mijn Franse woordenschat zich nog altijd beperkt tot pain, bière, café en ooievaar. Dat laatste woord heb ik ooit verkeerd geleerd en het is inmiddels een traditie geworden om het toch steeds weer te gebruiken alsof het essentieel is voor iedere internationale conversatie.

Het weekend zelf is een feest van herkenning. Veertig Honda 4 takt liefhebbers uit Nederland en België hadden hun Honda’s verzameld op een terrein waar het geluid van oude uitlaten, ratelende koppelingen en opgewekte gesprekken voortdurend door elkaar liep. Overdag hing er de geur van olie, benzine en verband hout, tegen de avond verandert het terrein langzaam in een klein festival waar punk, ska, italo disco en Duitse alternatieve muziek uit de speakers komt. Een wonderlijke combinatie, maar precies passend bij een groep mensen die met liefde op brommers rijdt die ouder zijn dan sommige deelnemers zelf.

Wat me vooral opviel was dat de volgende generatie inmiddels ook aanhaakt. Een jongen van zestien die net zo enthousiast sleutelt als de mannen die ooit in de jaren tachtig hun eerste Honda opvoerden met een vijl, een te grote carburateur en vooral veel optimisme. Het geeft een mooie dynamiek. Voor de opa’s onder ons is het prachtig om de sterke verhalen van vroeger opnieuw te vertellen, terwijl de jongste generatie aandachtig luistert alsof het mondeling overgeleverde geschiedenis betreft.

En zoals dat gaat op zulke weekenden worden de onderhoudstips beter naarmate de avond vordert. Sommige adviezen wil ik jullie niet onthouden. Zo bleek volgens een zelfverklaarde expert een benzinelek het snelst op te sporen met een aansteker. Een ander wist zeker dat je een lekkende keerring tijdelijk oplost door schuin te gaan rijden.

Tussen alle verhalen en muziek door maakten we ook nog een mooie rit met een paar Honda addicts. Eerst een stuk door Duitsland, waar de wegen opvallend rustig waren en de dorpjes eruitzagen alsof iemand ze met zorg had opgepoetst. Het tempo lag ontspannen. Niemand had haast en dat is misschien wel het mooiste aan dit soort ritten. Op een oude Honda leer je automatisch accepteren dat snelheid niet het doel is. Onderweg stopten we bij een Italiaan voor een lange lunch, waar pizza, sterke koffie en gesprekken over routes moeiteloos samenkwamen.

Terwijl ik daar zat realiseerde ik me opnieuw waarom dit soort reizen me zo aanspreken. Het gaat allang niet meer alleen over de brommer. Natuurlijk, het sleutelen blijft prachtig en iedere kilometer op een zestig jaar oude Honda voelt als een kleine overwinning. Maar uiteindelijk draait het om de mensen die je onderweg ontmoet, de gesprekken die ontstaan en de rust die je vindt zodra je het dagelijkse ritme even achter je laat.

Maandag trek ik verder richting een wat platter gebied in België. Geen haast, geen strakke planning, gewoon de weg volgen en kijken waar Ratje “toe” me brengt. Soms is dat precies genoeg.