Blokje om met een groep Motoms


Een paar weken geleden nodigde Jeroen mij uit voor een toertocht met een aantal Motom-vrienden. Dat klonk interessant, want Motom is zo’n merk dat je niet iedere dag tegenkomt. Sterker nog, veel mensen hebben er nog nooit van gehoord. Toen het plan in een Honda-groep op Signal werd gedeeld, kwam er dan ook vrijwel direct een reactie die in Friesland weinig uitleg nodig heeft: “Bliuw mar thús.”

Vrij vertaald: dat wordt nog wat.

Vanuit een andere groep kwam de opmerking: “Beetje helpen om de Italioanen op de weg te houden.” Maar goed, dat was een Groningse groep en niet het mooie Fries, voor alle duidelijkheid. De opmerkingen bleken overigens niet geheel onterecht.

Een Italiaan die zijn tijd ver vooruit was

Veel mensen denken dat Honda de eerste fabrikant was die een viertaktbromfiets naar Europa bracht. Dat is begrijpelijk, want Honda heeft later een bijna legendarische reputatie opgebouwd met betrouwbare viertaktmachines. Toch ligt de geschiedenis iets genuanceerder.

Al in 1947 verscheen het Italiaanse merk Motom op de Europese markt met een viertaktbromfiets. Dat was een opmerkelijke keuze in een tijd waarin vrijwel alle bromfietsen waren uitgerust met tweetaktmotoren. De ingenieurs van Motom kozen voor een lichte constructie met een liggende viertaktmotor. Het resultaat was een zuinige en technisch vooruitstrevende bromfiets die zich duidelijk onderscheidde van de concurrentie.

Ook qua uiterlijk durfden de Italianen hun eigen weg te kiezen. De strakke lijnen en elegante vormgeving verraden nog altijd de invloed van het naoorlogse Italiaanse design. Het zijn bromfietsen waar je naar blijft kijken, zelfs als je niet direct begrijpt hoe alles precies in elkaar zit.

Toch heeft Motom in de brommerwereld niet de reputatie opgebouwd die Honda later zou krijgen. Het design wordt bewonderd, maar over de kwaliteit lopen de meningen soms uiteen. Dat verklaart misschien ook waarom sommige Honda-rijders direct aan het ergste denken wanneer een groep Motoms een dagtocht gaat maken.

Verrast in eigen provincie

Het blijft bijzonder dat ik na al die jaren nog steeds verrast kan worden door Friesland.

Al tijdens de eerste etappe kwamen we aan bij het Motormuseum Friesland in Reard. Gerrit en Greetje Miedema ontvingen ons met zichtbaar enthousiasme. Zodra de deur van de schuur openging, werd duidelijk dat hier veel meer stond dan zomaar een verzameling oude motoren.

Tussen al het moois vertelde Gerrit vol trots over zijn Trondheimrit. Een tocht van ruim vierduizend kilometer naar Noorwegen op een Harley-Davidson uit 1928. Alleen al het idee maakt dat je spontaan wat respectvoller naar oude techniek gaat kijken. Moderne navigatie, verwarmde handvatten en pechhulp onderweg krijgen ineens een heel andere betekenis.

Terwijl we tussen de motoren rondliepen, vloog de tijd voorbij. Achter iedere machine bleek een verhaal te schuilen en achter ieder verhaal weer een stukje geschiedenis.

Een bromfietsrijder luncht zoals het hoort

Na voldoende historie te hebben opgesnoven, werd het tijd voor de lunch.

Zoals het een serieuze bromfietsrijder betaamt, gebeurde dat niet in een sterrenrestaurant maar gewoon bij de snackbar in Akkrum. Sommige tradities hoef je niet te veranderen.

Na de lunch vervolgden we onze route via Terherne en Joure. Daar bleek dat de opmerkingen uit de Honda-groep misschien toch niet helemaal uit de lucht waren gegrepen. Een van de Motoms besloot dat een bougie eigenlijk maar een tijdelijke suggestie was. Gelukkig was het probleem snel opgelost met een nieuw exemplaar.

De rit kon worden vervolgd, al bleef de technische spanning aanwezig. Vlak voor het einde van de tocht moest namelijk opnieuw een noodreparatie worden uitgevoerd. Dit keer gaf de kettinggeleider van een andere Motom er de voorkeur aan om niet langer mee te werken. Met wat improvisatie en gezamenlijke technische creativiteit werd ook dat probleem opgelost.

Daarna was het tijd om de vochtbalans weer op peil te brengen, wat na een dag sleutelen en rijden geen overbodige luxe bleek.

De opmerkelijke statistieken van een dagje Motom

Aan het einde van de rit keek ik nog eens naar de cijfers.

De totale afstand bedroeg 86 kilometer. Dat lijkt niet uitzonderlijk totdat je de tussenstops erbij optelt. Vier keer stonden we voor een openstaande brug. Daarnaast waren er de museumstop, de bougiewissel en de noodreparatie aan de kettinggeleider.

Samen goed voor zeven stops tijdens een rit van 86 kilometer.

Gemiddeld kwamen we dus iedere twaalf kilometer tot stilstand.

Ik moest daar oprecht hard om lachen. Die cijfers deden me onmiddellijk ergens aan denken. De lezers voor wie dat van toepassing is, weten waarschijnlijk precies waar ik op doel. Soms zijn statistieken gewoon grappiger dan de werkelijkheid.

Een route die het waard is

Alle gekheid over techniek en noodreparaties terzijde was het een prachtige dag. Mooie wegen, aardige mensen, verrassende verhalen en een flinke dosis bromfietshistorie. Precies de ingrediënten die een toertocht memorabel maken.

En juist die kleine tegenslagen maken achteraf vaak de mooiste verhalen. Niemand vertelt jaren later enthousiast over een rit waarbij werkelijk alles perfect verliep.

Deze route is absoluut de moeite waard om zelf eens te rijden. Misschien doe je dat op een Honda. Dat vergroot statistisch gezien mogelijk de kans dat je de complete afstand aflegt zonder onderweg een bougie of kettinggeleider te hoeven vervangen.

De GPX-route vind je hier.

Veel rijplezier.